8 jaar zonder jou

  • J: Mam, wat was het laatste dat papa zei?Free Writing Rouwmomenten Ontladend Schrijven
  • Ik: Papa sliep, schatje.
  • J: Maar daarvoor?
  • Ik (in tranen): Goh, lieverd, papa sprak nauwelijks meer, de laatste weken. Ik weet alleen dat hij heel graag bij ons bleef en daardoor veel langer heeft geleefd dan de prognose

Mijn zoon slaat zo hard de spijker op zijn kop: mijn angst, mijn enorme angst om te vergeten. En tegelijkertijd kan ik mezelf er niet toe brengen herinneringen op te schrijven. Ik zou niet weten waar te beginnen. Ondanks dat het 8 jaar geleden is, is het nog steeds te pijnlijk. En natuurlijk halen we op bepaalde dagen, zoals vandaag, zijn sterfdag, en op zijn verjaardag herinneringen op. Dan stellen de kinderen vragen. Soms maak ik een quiz. Over wie papa was. Maar ieder jaar zullen er herinneringen verdwijnen. Dat hoort ook zo, maar dat is zó pijnlijk.

Foto’s zijn waarschijnlijk het belangrijkste bezit als het gaat om herinneringen. Die staan veilig op een externe harde schijf, gered na een crash van de harde schijf. Ook de jongens hebben die een tijdje regelmatig gekeken.

Of eigenlijk is “het gevoel” je belangrijkste ‘bezit’. Hoe hij ‘voelde’, wat hij uitstraalde…die wandeling langs de Kralingse Plas aan het begin van onze relatie. We droomden over de toekomst. Deelden hoe wij die zagen. Onze idealen. Hoe jij was bij de geboorte van Thomas, inmiddels al 15 jaar geleden. Je huilde. Je was zo lief als papa…En ik herinner me nog zo goed de papa-kind geluiden van beneden uit de keuken wanneer jij met Jort en Thomas een Moederdag ontbijt maakte.

In het begin kon ik Michiel nog niet missen, er zat teveel pijn tussen. Ik dacht vooral aan hoe erg het geweest moest zijn voor hem zijn gezin achter te laten. Het eerste wat ik echt miste waren die ‘gezinsgeluiden:’ de keren dat hij met Thomas na school “Maan-Roos-Vis” oefeningen deed. Op zondag achter de Wii, met zijn 4’en uit eten en andere uitstapjes. Jij was goed in uitstapjes. Ik ben dat inmiddels ook geworden.

De laatste weken van je leven waren zo bijzonder. Al het onbelangrijke viel weg. Alles waardoor we elkaar soms achter het behang konden plakken, speelde geen enkele rol meer. Er was alleen nog de liefde. Hoe minder woorden we konden gebruiken door de vermoeidheid en het steeds wegzakken in verminderd bewustzijn, hoe wezenlijker onze conversaties leken te worden. Ik was steeds bij je. Ik heb er slechts spijt van dat ik me verplicht voelde op de dag dat we ons geregistreerd partnerschap aangingen, bij de gasten te zijn. “Laat hem nu maar rusten,” werd gezegd. Maar ik had gewoon naast je moeten gaan liggen, zoals ik zo dikwijls tussendoor deed als je even ‘zorg-vrij’ was.

Spijt…ja, van zoveel dingen heb ik spijt. Na een overlijden zit je met massa’s spijt over alles wat je anders had willen of moeten doen: “Hadden we maar meer gepraat, had ik maar dit of dat anders gedaan.” Ik heb postuum excuses aangeboden. En laat ik het dan in ieder geval nú anders doen. En daar word ik steeds beter in.

En op belangrijke momenten tijdens de jaren die volgden voelde ik steeds weer je afwezigheid maar ook je aanwezigheid. Ik kan het niet anders verwoorden. De kinderen haalden hun zwemdiploma’s, gingen naar de Middelbare School. En steeds was jij er niet bij. Zeker in het begin was die afwezigheid zo aanwezig. Maar ik beeldde me in dat je meekeek. Vanaf een wolk. Hoe klassiek. Gewoon omdat de afwezigheid te groot is om te bevatten.

En omdat ik dat hoop. Dat je meekijkt. Dat je trots bent op Thomas die naar China gaat voor een wetenschapsproject. Maar vooral op de wijze, lieve jongen die hij geworden is. En dat je de jongste een beetje steunt omdat hij momenteel zo hard tegen zichzelf aanloopt.

Dankjewel dat je in ons leven was en nog steeds bent. Zonder jou had ik mijn jongens niet gehad, was alles anders geweest. Zonder jou was die wandeling er niet geweest. Had ik al die herinneringen aan die lieve papa-kind geluiden niet gehad.

Dankzij jou sta ik waar ik nu sta. Ik mis je, maar ik kan niet anders zeggen dat ik een leven leid dat me veel voldoening geeft. Ik voel me schuldig te zeggen dat paradoxaal genoeg jouw dood daartoe heeft bijgedragen.

Ik hou van jou. Jij zit ‘gewoon’ op die wolk en ik kan dat ‘gewoon’ tegen je zeggen. In mijn gedachten lach je terug.